Bouw je vermogen op voor je kind, dan vraag je je misschien af of dat gevolgen heeft voor je toeslagen of voor de studiefinanciering van je kind later. Het korte antwoord: die twee werken heel verschillend. Bij toeslagen telt vermogen wél mee, bij studiefinanciering niet. In dit artikel leggen we uit hoe het precies zit.
Twee verschillende vragen
Het is belangrijk om twee dingen uit elkaar te houden. Toeslagen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag, kennen een vermogenstoets: heb je te veel vermogen, dan verlies je het recht. Studiefinanciering werkt anders en kijkt naar het inkomen van de ouders, niet naar vermogen. We behandelen ze hieronder los van elkaar.
Toeslagen: hier telt vermogen wél mee
Huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget hebben een vermogensgrens. En belangrijk: het vermogen van je minderjarige kind telt mee bij dat van jou en je eventuele toeslagpartner. Voor 2026 gelden ongeveer deze grenzen, gemeten op de peildatum 1 januari:
- Huurtoeslag: €38.479 per persoon, of €76.958 met een toeslagpartner
- Zorgtoeslag en kindgebonden budget: een hogere grens, ongeveer €146.000 voor alleenstaanden en €185.000 met een toeslagpartner
Kom je op 1 januari boven de grens uit, dan verlies je het recht op die toeslag voor dat hele jaar. Bouw je dus een flink bedrag op de rekening van je minderjarige kind op, dan telt dat mee voor jouw vermogenstoets. Vooral bij de huurtoeslag is dat een aandachtspunt, omdat die grens het laagst ligt.
Studiefinanciering: vermogen telt níét mee
Voor de studiefinanciering van je kind is dat heel anders. Daar is geen vermogenstoets. Het spaargeld of de beleggingen van je kind verlagen de studiefinanciering niet. Dit zijn de hoofdlijnen:
- De basisbeurs is voor iedere student gelijk en staat los van inkomen of vermogen.
- De aanvullende beurs hangt af van het inkomen van de ouders (gemeten twee jaar eerder, het peiljaar), niet van vermogen, en niet van het spaargeld of de beleggingen van je kind.
- Er is geen bijverdiengrens meer: je kind mag onbeperkt verdienen zonder de studiefinanciering te verliezen.
Met andere woorden: het vermogen dat je voor je kind opbouwt, raakt de beurs van je kind niet.
Wat betekent dit voor beleggen voor je kind?
Beleg je op naam van je kind, dan telt dat vermogen mee voor jóúw toeslagen zolang je kind minderjarig is, net zoals het meetelt in box 3. Ontvang je huurtoeslag, dan is dat het belangrijkste om in de gaten te houden, want die vermogensgrens is relatief laag. Voor de studiefinanciering van je kind hoef je je geen zorgen te maken: het opgebouwde vermogen verlaagt de beurs niet.
Zodra je kind achttien wordt, verschuift het vermogen naar je kind zelf. Vanaf dat moment telt het niet meer mee voor jouw toeslagen. Let wel op: een thuiswonend kind van achttien of ouder kan voor de huurtoeslag als medebewoner gelden, wat op een andere manier invloed kan hebben.
Ontvang je huurtoeslag en bouw je vermogen op voor je kind? Houd dan je totale vermogen op 1 januari in de gaten, want het bedrag van je minderjarige kind telt daarbij op. Net onder de grens blijven kan een jaar toeslag schelen.
Slim opbouwen voor je kind?
Vergelijk onafhankelijk de brokers en kies de manier die bij jouw situatie past.
Vergelijk brokers →Samengevat
Voor toeslagen telt het vermogen van je minderjarige kind mee bij dat van jou, en kan een groot bedrag je huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget kosten, vooral bij de huurtoeslag met zijn lage vermogensgrens. Voor studiefinanciering geldt geen vermogenstoets: de basisbeurs is voor iedereen gelijk en de aanvullende beurs hangt af van het inkomen van de ouders, niet van vermogen. Het vermogen dat je voor je kind opbouwt, verlaagt de studiefinanciering dus niet.
Wil je verder lezen? Bekijk hoe het zit met beleggen voor je kind en box 3, lees wat er op de 18e verjaardag verandert, of vergelijk de brokers.
Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en vormt geen fiscaal of financieel advies. De genoemde bedragen en grenzen gelden voor 2026 en worden jaarlijks aangepast. Je persoonlijke situatie kan afwijken. Controleer de actuele bedragen bij de Belastingdienst en DUO, of raadpleeg een adviseur.