Veel ouders en grootouders willen iets opzijzetten voor de toekomst van hun kind, maar twijfelen: zet je het op een spaarrekening, of ga je beleggen? Allebei hebben hun voordelen en nadelen. In dit artikel leggen we rustig uit wat sparen en beleggen opleveren, welke risico's erbij horen, en wanneer het een slimmer is dan het ander.
Het korte antwoord
Het hangt vooral af van hoeveel tijd je hebt. Geld dat je pas over tien, vijftien of achttien jaar nodig hebt, zoals een startkapitaal voor als je kind volwassen is, levert beleggen op de lange termijn doorgaans meer op dan sparen. Geld dat je op korte termijn nodig kunt hebben, of waar je geen enkel risico mee wilt lopen, staat veiliger op een spaarrekening.
Voor de meeste ouders die voor hun jonge kind opzijzetten, pleit die lange horizon dus in het voordeel van beleggen. Toch is een combinatie van allebei vaak het verstandigst. Hieronder leggen we uit waarom.
Wat levert sparen op?
Sparen is veilig en voorspelbaar. Je geld kan niet in waarde dalen, en tot €100.000 per bank ben je beschermd door het depositogarantiestelsel. Het nadeel zit in het rendement. Bij de Nederlandse grootbanken krijg je op vrij opneembaar spaargeld op dit moment rond de 1,25% rente. Bij de hoogste aanbieders loopt dat op tot ongeveer 3%. Dat klinkt aardig, tot je het afzet tegen de inflatie.
De inflatie in de eurozone is in 2026 weer opgelopen, richting de 2,6%. Dat betekent dat je geld elk jaar een beetje minder waard wordt. Krijg je 1,5% rente terwijl de prijzen met 2,6% stijgen, dan lever je in koopkracht in, ook al zie je het bedrag op je rekening langzaam groeien. Over achttien jaar telt dat verschil flink op.
Ook over spaargeld kun je vermogensbelasting betalen (box 3). Tot een vrijgesteld bedrag van ruim €59.000 per persoon betaal je niets, dus voor de meeste ouders speelt dit pas bij grotere bedragen.
Wat levert beleggen op?
Beleggen brengt meer schommelingen met zich mee, maar historisch gezien ook een hoger rendement. Een breed gespreide aandelenbelegging, bijvoorbeeld via een wereldwijde ETF, leverde over lange perioden gemiddeld grofweg 6 tot 8% per jaar op. Belangrijk: dat is een gemiddelde over vele jaren, met flinke uitschieters naar boven en naar beneden onderweg. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.
Het risico is dat de waarde tussentijds kan dalen, soms fors. Maar juist omdat je voor een kind vaak tien tot achttien jaar de tijd hebt, krijgen die schommelingen de kans om uit te middelen. Hoe langer je horizon, hoe kleiner de kans dat je op een ongelukkig moment moet verkopen.
- Veilig en voorspelbaar
- Beschermd tot €100.000 per bank
- Laag rendement, vaak onder de inflatie
- Geschikt voor korte termijn en buffer
- Historisch hoger rendement
- Waarde kan tussentijds dalen
- Risico vlakt af over een lange periode
- Geschikt voor de lange termijn
Tijd is de doorslaggevende factor
Het grote verschil tussen sparen en beleggen zit in wat tijd met je geld doet. Bij sparen groeit je geld vrijwel rechtlijnig: een beetje rente per jaar. Bij beleggen werkt het effect van rendement op rendement, het zogeheten samengestelde rendement, steeds sterker naarmate de jaren verstrijken. Hoe jonger je kind, hoe meer jaren je hebt, en hoe groter dat effect kan worden.
Een rekenvoorbeeld
Stel je legt vanaf de tweede verjaardag van je kind €75 per maand opzij, tot het achttien is. Dat is zestien jaar, en in totaal €14.400 aan eigen inleg. Puur illustratief ziet het verschil er dan ongeveer zo uit:
- Sparen (rond 2% rente): ongeveer €17.000, dus zo'n €2.600 aan rente bovenop je inleg.
- Beleggen (gemiddeld 8% per jaar, zoals onze rekentool rekent): grofweg €28.000, dus zo'n €13.600 aan rendement bovenop je inleg.
Het verschil van ruim €11.000 ontstaat puur doordat het rendement zich over zestien jaar opstapelt. Let wel: bij beleggen is dit eindbedrag niet gegarandeerd en kan het in een slecht jaar lager uitvallen. Wil je het voor jouw eigen situatie doorrekenen, gebruik dan onze rekentool.
Wanneer is sparen tóch slimmer?
Beleggen is niet altijd de beste keuze. Sparen is verstandiger als:
- Je het geld binnen een paar jaar nodig denkt te hebben. Op korte termijn is de kans op een dip simpelweg te groot.
- Je echt geen enkel risico wilt of kunt lopen met dit specifieke geld.
- Je nog geen financiële buffer hebt. Zorg eerst voor een appeltje voor de dorst voordat je gaat beleggen.
De slimste aanpak: combineren
Voor veel ouders is het geen of-of maar een en-en. Een veelgebruikte aanpak: houd een buffer voor onverwachte uitgaven op een spaarrekening, en beleg het geld dat je echt voor de lange termijn opzijzet, zoals een startkapitaal voor later. Zo combineer je de zekerheid van sparen met het groeipotentieel van beleggen.
Naarmate je kind de achttien nadert, kun je het belegde deel geleidelijk afbouwen naar sparen. Zo voorkom je dat een beursdaling vlak voor de einddatum je nog verrast.
Klaar om te beleggen voor je kind?
Vergelijk onafhankelijk de brokers op kosten, gemak en beleggen op naam van je kind.
Vergelijk brokers →Samengevat
Sparen is veilig maar groeit nauwelijks, zeker na inflatie. Beleggen brengt risico met zich mee, maar levert over een lange periode historisch gezien meer op. Omdat je voor een jong kind vaak vele jaren de tijd hebt, pleit die lange horizon voor beleggen, het liefst naast een spaarbuffer. De beste keuze hangt uiteindelijk af van jouw situatie, je tijdshorizon en hoeveel risico je aankunt.
Wil je verder lezen? Bekijk dan onze gids over hoe je in vijf stappen begint, of vergelijk direct de beste brokers voor kindbeleggen.
Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en vormt geen financieel advies. Beleggen brengt risico's met zich mee en je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Genoemde rentes en bedragen zijn indicatief en kunnen veranderen. Raadpleeg bij twijfel een erkend financieel adviseur en controleer altijd de actuele voorwaarden bij de bank of broker zelf.